|
“Kikker in de kou”
Het prentenboek “kikker in de kou”, geschreven door Max Velthuijs is het uitgangspunt voor het werken met de kleuters in de komende weken. Op een ochtend wordt Kikker wakker en is de wereld helemaal wit. De winter is begonnen. De vrienden van Kikker genieten van schaatsen, sleeën en in de sneeuw spelen. Zij hebben veren, een vacht of een dikke speklaag. En Kikker heeft alleen maar een dun glad velletje en dus heeft hij het steeds koud. Zijn vrienden kunnen hem niet overhalen om mee te spelen. Ze proberen van alles, zeggen bijvoorbeeld : beweging is goed voor je. Kikker gaat bedroefd naar huis. Daar aangekomen is zijn kachel uit gegaan en hij heeft geen hout meer om hem opnieuw aan te steken. Dan moet hij toch naar buiten om hout te zoeken Hij liep en liep tot hij de weg kwijtraakte gelukkig vonden zijn vrienden hem net op tijd uitgeput in de sneeuw. Ze brachten hem thuis, stopten hem in bed en verwenden hem met warm drinken. Ook zorgden ze ervoor dat Kikker het buiten niet meer koud had. Er werd een lekkere warme trui voor hem gebreid. En zo kon Kikker wel van de winter genieten.
Dit verhaal is aanleiding om te kijken naar wat er in de winter allemaal kan gebeuren. Er komen woorden aan de orde zoals vriezen en dooien, warm en koud enz. We kijken nog even naar de kenmerken van alle seizoenen en oefenen de namen hiervan nog eens. We gaan onderzoeken hoe water ijs wordt, gaan waterijsjes maken en laten het ijs ook weer dooien. We ontdekken zo dat het en buiten en binnen kan vriezen.
Het zou mooi zijn als het weer ook nog een winters karakter zou krijgen maar daar kunnen we geen invloed op uitoefenen. De letters die aan de orde komen zijn: de w ,de u en de l. Het gebaar dat bij de w hoort is met drie vingers op je kin je onderlip iets omhoog duwen. Bij de l zit de letter onder je tong. Het gebaar dat daarbij hoort is met je linker wijsvinger onder je tong wijzen in de richting van je tongpuntje. De u is de makkelijkste letter, want als je hem niet weet dan zeg je hem eigenlijk al. Het gebaar is een nadenkgebaar: beweeg je hand met de wijs- en middelvinger tegen elkaar naar je slaap.
De cijfers die aan de orde komen zijn: 6 en 7, 11 en 12. We knutselen en tekenen over Kikker, maken Kikker op de kralenplank, en spelen een communicatiespel.
We leren een versje over de winter: Er was eens een mannetje, dat was niet wijs. Hij bouwde zijn huisje op het ijs. Het begon te dooien, het hield op met vriezen. Toen moest dat mannetje zijn huisje verliezen.
Op het moment dat deze brief geschreven wordt is de wereld buiten wit. Mooier kan het toch niet uitkomen!
Met vriendelijke groet, de leerkrachten van de kleutergroepen.
|